Suriname II: De zuil van Ruben Kogeldans

De ontvangst bij Mohari Broadcasting is hartelijk. We worden omhelsd door Gitana en Harold, die eerder dit jaar op bezoek waren in Venlo. Elke dag wandelden ze van het hotel in de binnenstad naar het gebouw van de omroep in Venlo-Zuid. Aan het einde van de week werden de opvallende Surinaamse gasten herkend en aangesproken. Wat voor Harold en Gitana gold in Venlo, geldt dubbel en dwars voor ons in Totness. Blanken zijn hier zeldzaam en de gemeenschap is klein: in heel Coronie wonen ongeveer drieduizend mensen.
Als we binnenkomen is Harold bezig met het klaarstomen van jeugdig talent. Een 14-jarig meisje werkt aan haar voice-overs. Door jongeren bij Mohari te betrekken hoopt Harold hun leeftijdsgenoten te bereiken. Bovendien is nieuwe aanwas bittere noodzaak. Het afgelopen jaar is het radiostation een aantal vrijwillige krachten kwijtgeraakt. Ze vertrokken naar de grote stad: Paramaribo of Nickerie. Het is het verhaal van een dunbevolkt en snel vergrijzend district. De mensen snakken naar kansen.
**
Eerder in Paramaribo. De taxi stopt voor rood licht. Op het kruispunt schuifelt een oude man langzaam van auto naar auto. Hij vraagt om geld. Als hij bij ons in de buurt komt doet de taxichauffeur het raampje aan de passagierskant dicht. ‘Die verdient meer dan wij’, zegt hij. Ik twijfel hardop. ‘Zeker weten. Hij staat daar de hele dag.’ ‘Zijn er veel mensen die iets geven?’, vraag ik. ‘Genoeg. De laatste tijd is het wel minder geworden. Het leven is harder. Hoe dat komt? Ik weet het niet. Ik ga niet zeggen dat het aan de president ligt. Het geldt ook niet alleen voor Suriname. Het speelt overal.’
De taxichauffeur brengt ons naar Rusthof, de oude begraafplaats aan de Jaggernath Lachmonstraat. Op de begraafplaats staat een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de SLM-ramp. Op 7 juni 1989 kwamen bij de vliegramp bij Zanderij 176 mensen om het leven. In het vliegtuig zaten ook de spelers van het Kleurrijk Elftal, Nederlandse profvoetballers van Surinaamse komaf. Een van de spelers kwam uit Venlo: Ruben Kogeldans. De sporthal van zijn oude school Den Hulster draagt sinds vorige maand zijn naam.
Als we bij de begraafplaats aankomen is er niemand. Het hek is dicht maar van buiten eenvoudig te openen. Rond de graven zwerven wat honden. Het monument is niet te missen. Vier grote zuilen met bovenop elke zuil de beplating van een vliegtuigmotor. Op plaquettes staan de namen van alle slachtoffers. De naam Ruben Kogeldans staat op de meest linkse zuil. We nemen de tijd om het monument te bekijken. De taxichauffeur wacht bij de ingang: ‘Ik kan niet naar binnen. Zodra ik begin te lezen moet ik huilen. Ze zijn er niet meer, die mensen, nooit meer.’
Een dag eerder was de dood dichtbij, vertelt hij op de terugweg. ‘In het district Commewijne zag ik hoe een bromfietser werd aangereden door een auto. Op slag dood. Geloof me of niet. Kijk morgen maar in de krant.’

De ontvangst bij Mohari Broadcasting is hartelijk. We worden omhelsd door Gitana en Harold, die eerder dit jaar op bezoek waren in Venlo. Elke dag wandelden ze van het hotel in de binnenstad naar het gebouw van de omroep in Venlo-Zuid. Aan het einde van de week werden de opvallende Surinaamse gasten herkend en aangesproken. Wat voor Harold en Gitana gold in Venlo, geldt dubbel en dwars voor ons in Totness. Blanken zijn hier zeldzaam en de gemeenschap is klein: in heel Coronie wonen ongeveer drieduizend mensen.
Als we binnenkomen is Harold bezig met het klaarstomen van jeugdig talent. Een 14-jarig meisje werkt aan haar voice-overs. Door jongeren bij Mohari te betrekken hoopt Harold hun leeftijdsgenoten te bereiken. Bovendien is nieuwe aanwas bittere noodzaak. Het afgelopen jaar is het radiostation een aantal vrijwillige krachten kwijtgeraakt. Ze vertrokken naar de grote stad: Paramaribo of Nickerie. Het is het verhaal van een dunbevolkt en snel vergrijzend district. De mensen snakken naar kansen.
**
Eerder in Paramaribo. De taxi stopt voor rood licht. Op het kruispunt schuifelt een oude man langzaam van auto naar auto. Hij vraagt om geld. Als hij bij ons in de buurt komt doet de taxichauffeur het raampje aan de passagierskant dicht. ‘Die verdient meer dan wij’, zegt hij. Ik twijfel hardop. ‘Zeker weten. Hij staat daar de hele dag.’ ‘Zijn er veel mensen die iets geven?’, vraag ik. ‘Genoeg. De laatste tijd is het wel minder geworden. Het leven is harder. Hoe dat komt? Ik weet het niet. Ik ga niet zeggen dat het aan de president ligt. Het geldt ook niet alleen voor Suriname. Het speelt overal.’
De taxichauffeur brengt ons naar Rusthof, de oude begraafplaats aan de Jaggernath Lachmonstraat. Op de begraafplaats staat een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de SLM-ramp. Op 7 juni 1989 kwamen bij de vliegramp bij Zanderij 176 mensen om het leven. In het vliegtuig zaten ook de spelers van het Kleurrijk Elftal, Nederlandse profvoetballers van Surinaamse komaf. Een van de spelers kwam uit Venlo: Ruben Kogeldans. De sporthal van zijn oude school Den Hulster draagt sinds vorige maand zijn naam.
Als we bij de begraafplaats aankomen is er niemand. Het hek is dicht maar van buiten eenvoudig te openen. Rond de graven zwerven wat honden. Het monument is niet te missen. Vier grote zuilen met bovenop elke zuil de beplating van een vliegtuigmotor. Op plaquettes staan de namen van alle slachtoffers. De naam Ruben Kogeldans staat op de meest linkse zuil. We nemen de tijd om het monument te bekijken. De taxichauffeur wacht bij de ingang: ‘Ik kan niet naar binnen. Zodra ik begin te lezen moet ik huilen. Ze zijn er niet meer, die mensen, nooit meer.’
Een dag eerder was de dood dichtbij, vertelt hij op de terugweg. ‘In het district Commewijne zag ik hoe een bromfietser werd aangereden door een auto. Op slag dood. Geloof me of niet. Kijk morgen maar in de krant.’

Suriname I: Rustig aan

De dorpjes Onverwacht en Onverdacht gingen onzichtbaar voorbij. Het is donker om half zeven en ook het regenseizoen doet ons zicht geen goed. We zitten in een busje dat ons van J.A. Pengel International Airport naar Paramaribo brengt. In Zanderij werden we verwelkomd door een plensbui, ondertussen is het wel dertig graden.

Het mag dan donker zijn, soms schreeuwt brutaal het licht. Dat is afkomstig van winkels of bedrijven langs de weg. Lichtreclames zijn hier zelden subtiel. Tien minuten geleden doemde in de verte een miniatuurversie van Las Vegas op. Het bleek een vestiging van de lokale keukenkoning te zijn.

**

Een dag later. Weer een plensbui treft ons als we net hebben afgerekend bij een Chinese supermarkt. Miezer is hier onbekend, het regent dikke warme druppels. We schuilen onder het afdak van de supermarkt. Naast ons zitten twee mannen op krukjes. Niet om te schuilen, ze zaten er al toen we de winkel binnengingen. Ze kijken naar het verkeer dat voorbij zoeft, af en toe wordt er gepraat. Rustig aan.

Rustig aan, was ook in de supermarkt al het devies. De vrouw achter de kassa keek naar een Chinese soapserie op een kleine tv in de hoek. Dat bleef ze doen toen ik een literfles water en een flesje Sprite op de toonbank zette. Klant is koning, ook in Suriname, maar de concurrentie met een Chinese soapserie win je niet. Dat is geen onvriendelijkheid, zeker niet. De vrouw ging gewoon op in de serie. Af en toe lachte ze hardop. Haar man lag achter in de zaak uitgeteld in een zelfgeknutselde hangmat.

**

In het verkeer, daar is alles anders. Op de weg zijn Surinamers op hun nederlandst, al is de oorzaak niet zozeer Nederlandse haast of stress maar eerder roekeloosheid. Zebrapaden zijn hier niets anders dan uitingen van kunstzinnige graffiti op de weg. Een functie hebben ze niet.

De in Suriname woonachtige Nederlandse journalist Armand Snijders beschrijft in de Parbode van deze maand wat hij ‘zebrapaden-aarzelgedrag’ noemt. Door zijn ervaringen in Suriname durft hij ook in Nederland niet zomaar over te steken en dat leidt vaak tot een patstelling: ‘de bestuurder die hardnekkig blijft wachten omdat hij dat zo heeft geleerd versus de argwanende witte Surinamer die het niet vertrouwt’.

‘Automobilisten die stoppen voor een zebrapad, dat ben ik in Suriname niet gewend. Daar moet je er als voetganger (of fietser/bromfietser) van uitgaan dat alles wat vier wielen of meer heeft er op uit is jou dood te rijden.’ Snijders heeft ons gewaarschuwd, goed uitkijken dus. Dat doen we door te doen wat iedereen hier doet.

Rustig aan.

Ey Bakaa!

Verharde discussies in de studio’s van BOB Radio. BOB’ ers hebben de opdracht gekregen om een eigen radioprogramma te maken. Met een kop en een staart. Een inleiding, muziek, interviews en reportages. Maar er is onenigheid over het onderwerp. Veiligheid is wel een thema, vindt Jurgen. Inwoners van Moengo kunnen bijvoorbeeld erg moeilijk aan medicijnen komen. “Dat heeft toch niks met veiligheid te maken”, zegt Pika Guno. ” Toch wel.” En ineens zit ik op een echte redactie.

Uiteindelijk zijn ze aan de slag gegaan. Een uitzending over de veiligheid van Marowijne en Moengo blijkt nog niet gemakkelijk te maken. Niet iedereen wil meewerken aan een simpel vraaggesprek. Danielle is boos. Ze vindt het onbegrijpelijk dat inwoners van Moengo helemaal naar Albina moeten gaan om een gewenst medicijn te kopen. “Hier is helemaal niks!” Die boosheid siert haar. Maar terwijl ik dit stuk typ, komt ze terug: “Lukt niet”, zegt ze. “Mensen willen niet praten. Ze zijn bang dat ze iets verkeerds zeggen.”

Moengo is een kleine gemeenschap en dat maakt de angst om iets fout te doen heel groot. Vooral als je kritisch bent op de leiding wordt dat niet op prijs gesteld. En dat terwijl er toch zo veel reden is om kritisch te zijn. De werkloosheid is groot, de voorzieningen houden zwaar te wensen over en er verandert weinig.

Toch zetten de BOB’ers door. Nou, vooruit; na enig aandringen. Ze komen terug met een reportage over een nieuw aan te leggen voetpad, speciaal voor schoolgaande kinderen die nu nog langs de autoweg lopen. En er is een afspraak gemaakt met de commandant van de politie, over de te nemen maatregelen.

Even tussendoor. We hebben iets anders dan kip gegeten. Nee. Ja toch. We hebben het voor onmogelijk gehouden dat er in Moengo iets anders te eten is dan rijst met kip, maar niets is minder waar. Op straat werd ik nageroepen: ” Ey Bakaa! (blanke, in de stad zeggen ze Bakraa) Waarom kom je hier niet wat drinken!?”  Het is een neef van meneer Barron en dat betekent dus ook zo’n beetje dat ik nu familie zit. Zakca heet-ie. We kunnen elk tijdstip bellen en hij haalt eten voor ons. Iets met kip? Nee, varken en rund! Wel met rijst trouwens.

Intussen krijgt de uitzending vorm. Nu moeten ze om de beurt monteren. Betekent voor de Bakaa dat ‘ie even in de hangmat gaat liggen.

Stefan ten Teije

Schuif vooral niet schuiven

Het is voor iemand zoals ik, die voor het eerst in Suriname is, nog iedere dag zeer bijzonder om hier te kunnen zijn. Hoewel Moengo er op het eerste (en tweede-) gezicht niet uitziet als een toeristische hotspot, blijkt wel dat uiterlijk vertoon van een dorp of stad niets zegt over de vriendelijkheid van haar inwoners. Vooral toen ik met een paar collega’s van BOB Radio op stap ging om een soort collage van dorpsgeluiden te maken. Overal konden we terecht om opnames te maken, zelfs bij de mensen thuis en altijd was daar die ongedwongen sfeer.  Opvallend daarbij was dat werkelijk iedereen elkaar kent dus men toetert en groet er een eind op los.

Die ongedwongenheid komt ook terug in de dagelijkse trainingssessies die Stefan en ik hier geven. Er is veel ruimte voor overleg en iedereen geeft feedback waar we dankbaar gebruik van maken en we leren daarbij zelf ontzettend veel van de complexiteit van de lokale samenleving. Regelmatig terugkerende dilemma’s zijn de vorm en mogelijkheden met betrekking tot de nieuwsgaring. De gezagsverhoudingen zijn hier ontzettend belangrijk, aangevuld met de culturele en zeker ook politieke achtergronden van de bevolking. Opvallend voor mij is dat men hier iedereen op ethniciteit aanspreekt; Javaan, Chinees, Hindoestaan, en vooral in dit gebied, Creoolen. Aangevuld met ieder een eigen taal of dialect,maakt dat ik het ontzettend bijzonder vind hoe iedereen hier respectvol met elkaar omgaat.

Op technisch gebied zie ik hier nog veel kansen maar er is hier in de basis alles om een goed radiostation te maken. Maar het ontbreekt, net als bij sommige lokale omroepen in Nederland, ook aan een goeie technische coördinatie en structureren van zaken. Dat is dan ook misschien een echte Nederlandse karaktertrek. Om een klein technisch detail te geven: Het uitzendsignaal wordt bijvoorbeeld zonder enige compressie of processing, rechtstreeks de 1KW zender ingestuurd en een presentatrice gebruikt niet de faders van de mengtafel maar sleept met de muis, de volumeregeling van WinAmp terug. Hier de gewoonste zaak van de wereld,voor ons vaak een reden om het voorhoofd even te fronzen.

We zijn nu halverwege het project en ik heb in ieder geval alle vertrouwen in de komende dagen.

Stefan Schouten

Kussentjes

Je kent dat gevoel wel: je wil een pak melk van het aanrecht oppakken, maar het blijkt leeg. Een onaangenaam gevoel omdat het verrast. Nee, dan een toiletbezoek. Dat toch zo als vanzelf zou moeten gaan. De wc-bril in ons verblijf ziet eruit als een doodnormale. De verrassing: het is een kussentje. Een kussentje dat netjes inzakt als je met vol gewicht erop gaat zitten.

In de taxi op weg naar Moengo hadden we best een kussentje kunnen gebruiken. Of twee. Voor je nek, je rug. Kussentjes om je te beschermen tegen het effect van de hobbels – of kuilen, het is maar hoe je het bekijkt – in de straat.

Maar laten we het positief benaderen. Op veel delen van de route is een kersverse laag asfalt uitgerold. De reis van Paramaribo naar Moengo – tachtig kilometer – duurt nog maar twee uur.

Voor de rest is er weinig veranderd in Moengo. De straat is nog steeds rood gekleurd door de bauxiet. Op de  hoofdstraat hangen honderden jongeren om met elkaar vanaf de motorkap muziek te luisteren. De djogo’s Parbo bier zijn nog steeds niet weg te denken. Vanaf ’s ochtends vroeg lopen mannen met een literfles aan hun lippen de laatste zorgen weg te drinken.

Over die zorgen is veel te vertellen, vooral bij BOB Radio. Het station weet al jaren geen vaste medewerkersploeg aan zich te binden. Omroepers komen en gaan, zo snel als de palmbomen de grond uit schieten. De structuur van de omroep is fragiel, omdat hij altijd gebouwd is op enkele steunpilaren die soms maar een paar maanden aan BOB verbonden zijn.

Gelukkig is daar de wilskracht van directeur Gerrit Barron, die toch weer een groep van zo’n zes medewerkers heeft weten op te trommelen voor onze cursus hier. Sommigen hebben nog nooit radio gemaakt, dus we beginnen weer bij de absolute basis. Gelukkig geholpen door wat ervaren radiomakers, niet in de laatste plaats onze vrienden die Webfm bezocht hebben: Ricardo en Raoul.

De rest van de groep is erg leergierig. Jong en onbevangen. Ze durven te vragen en spreken hun verbazing uit. Volgens mij een perfecte attitude voor radiomakers. Cursist Pika Guno ziet mijn facebookprofiel op de computer en constateert: jij bent geen christen. Waarom ben jij geen christen? Op die vraag past een diplomatiek antwoord. Want twee geloven op een kussen, daar slaapt de duivel tussen. En dat is wel het laatste wat we willen.

Stefan ten Teije

Potentie, liefde en enthousiasme

Elke dag horen we Nederlands populairste volkszanger zijn emotionele flora bezingen.
Ook hier diep in de Surinaamse jungle is de palingsound doorgedrongen.
Radio Maife, het enige radiostation in de binnenlanden van Suriname, draait dagelijks dezelfde portie muziek: Gospel, Reggae, Dancehall, traditionele liederen en Jantje Smit.
Maar Maife probeert meer te zijn dan een doorgeefluik van mp3tjes en gebrande cd’s.
Pongo, Iwan, Nolitha en zenderhoofd Albert willen met Radio Maife een journalistieke sprong maken.
En dat is nodig voor de regio waar tijd stil lijkt te staan. Er is hier nauwelijks stroom, men drinkt regenwater, bijna niemand heeft gas en een overgroot deel van de bevolking is analfabeet. Maife is te ontvangen binnen een straal van 200 km. Een ongelooflijk groot bereik.
Sinds de start van het station, zo’n vier jaar geleden, hebben verschillende Nederlandse stichtingen zich met de ontwikkeling van de zender bemoeid.
Deze keer is het de beurt aan Arjan Kamphuys en Colin Mooijman om namens het RNTC een week training te geven. En helaas is het de laatste curusweek van dit unieke project.

Bij aankomst was het voor Arjan een weerzien van oude vrienden (hij trainde vorige jaar al een week de mensen van Maife), waar het voor mij een bijzondere kennismaking was met een buitengewoon volk. De mensen zijn dankbaar en enthousiast. Ze hebben een enorme binding met de omroep en een opmerkelijke liefde voor het vak. Het zijn pioniers. Waar ik opgroeide met Jeroen van Inkel en Rob Stenders, zijn deze mensen de eerste radiohelden van deze grote regio.
Het gebrek aan voorbeelden compenseren de omroepers met talent en elan.

De omroep heeft een prachtig scala aan apparatuur gekregen uit fondsen vanuit Nederland. Maar de medewerkers kunnen er slecht mee omgaan. Vooral het gebrek aan computerkennis smoort de creatieve bedoelingen van de makers in de dop.
Pongo, een van de jongens die ‘vrijwillig’ (hij wacht al maanden op het hongerloontje dat hem beloofd is) bij de omroep dagelijks zijn uiterste best doet om zichzelf bij te spijkeren.
Maar Pongo is sinds groep 5 van de basisschool niet meer naar school geweest.
Hij kan zijn eigen naam nauwelijks typen. Eeuwig zonde.

Sinds kort is Radio Maife begonnen met televisie-uitzendingen. Ook daarvoor hebben ze prachtig apparatuur gekregen. Maar voor een omroep dat met pijn en moeite radio maakt, is het heel erg onverstandig om ook tijd en energie aan televisie te besteden. Het is de omgekeerde weg bewandelen. Eerst moet de basisstructuur van de omroep aangepakt worden. Dan de radiotak ontwikkelen en wanneer alles goed gaat met de zender, kan je stilletjes aan eens met televisie beginnen.

Arjan en ik hebben deze week geprobeerd de medewerkers te helpen op diverse gebieden.
Dat is dankbaar werk. De glunderende gezichten nadat ze iets hebben gedaan wat ze nooit eerder lukte zijn om nooit te vergeten.
Het belangrijkste voor Radio Maife is het generen van inkomsten. De zender moet inkomsten krijgen vanuit de bestuur uit Paramaribo. Maar wij krijgen de indruk dat men zich daar niet veel kan bekommeren om de zender.
Wij hebben zenderhoofd Albert laten zien hoe groot de potentie van de omroep is. Ook voor bedrijven uit de stad kan Maife een interessante zender zijn om te reclameren.
Binnen een half jaar gaat Radio Maife reclames uitzenden, beloofde Albert.
Dan is enorm belangrijk want zonder een fatsoenlijke geldstroom zal de zender in haar schoonheid sterven.

Wij hopen dat er nieuwe projecten zullen worden gestart vanuit Nederland om deze prachtige mensen verder op weg te helpen met hun station.
Wij zullen vanuit Nederland zo goed mogelijk proberen Radio Maife te ondersteunen.
Met Volendamse tuintjes heb ik niks. Deze week is er een jungletje in mijn hart gegroeid.

Colin Mooijman

Nou daar zitten we dan…

Ja episode 2 is dan ook echt aangebroken.
Zodra we het vliegtuig uitstapten was het voor mij een grote ‘aha-erleebnis’. Zweten, warm, apart verkeer, ‘behulpzame’ taxichauffeurs, echt alles kwam terug. Om de eventuele jet-lag maar direct de kop in te drukken zijn we, na het inchecken bij het hotel, direct maar even djogo’s gaan drinken in, voor een ieder die ooit in Suriname geweest is, het ozo bekende ‘t Vat.
Nu is het zondag en morgen gaan we al rivieropwaarts richting Asidonhopo. Half 8 _moeten_ we klaar staan want dan hebben we de beste plek in de beste bus, die sowieso om 9u vertrekt. Mijn ervaring leert mij dat we om half 11 wel rijden. Half 8 opstaan wordt nog een hele klus aangezien het vandaag Hindoestaans Nieuwjaar is en dat betekent: Een feestje! Hoe we dat op gaan lossen zien we morgen wel weer.

En voor de mensen die het allemaal nog niet hebben meegekregen, dit gaan we er doen:

Nu gaan jullie zeker een week niets van ons horen. Want daar is geen internet. Ik heb getracht mobiel internet aan te slingeren op mijn mobiel, maar ik weet pas of dat werkt als we op locatie zitten. Misschien dus een tweet, maar zeker weten doe je het niet.

- Arjan Kamphuys

OOG Radio goes Suriname (episode 2)

De gewone werkzaamheden bij de omroep werden na het vertrek van onze Surinaamse gasten werd al snel weer opgepakt. En zo kwam er dus ook geen vervolgbericht meer op de vorige vanuit Groningen. We laten uw ieder fantasie de vrije loop.

Het enige wat ik wil toevoegen op het vorige bericht; mijn collega die meegaat is bekend! Het is de onnavolgbare Colin Mooijman! Minstens zo gekwalificeerd als Elmer.

En nu to the point.. Colin en ik vliegen namens OOG Radio uit Groningen aanstaande zaterdag (19 maart) al naar het verre Suriname. Even 1,5 dag bijkomen in de hoofdstad en dan staan we te trappelen om onze vrienden van Radio Maife nog meer dingen bij te brengen. Onze vrienden Albert en Nolitha hebben huiswerk meegekregen en we verwachten dan ook dat dat netjes gedaan is. Hun algemene indruk was groot en ze riepen bijna overal bij: “Dat moeten wij ook hebben!” We willen daarvan ook zeker dingen terugzien.

In de dagen dat wij verblijven in Asidonhopo zullen wij geen tot extreem nauwelijks internet hebben. Hebben we dat wel even dan wordt dat waarschijnlijk beperkt tot een enkele tweet hier en daar. Wil je daarom op de hoogte blijven van de dingen die er gebeuren, volg Colin en mij op: @colinmooijman en @mrkampie.

Wij stappen op 3 april weer in het vliegtuig naar het koude Nederland. Wij zullen dus de beide Stefans van WebFM ook nog even begroeten naar ik aanneem. Wanneer de mannen uit Venlo in Suriname aankomen is mij op het moment van verschijnen van deze krant nog niet duidelijk.

- Arjan Kamphuys, OOG Radio

Willen is nog niet kunnen; de evaluatie

En wederom werd het stil op deze site. Moesten wij bijkomen van twee weken Surinamers over de vloer? Ja. Best wel eigenlijk. Niet dat ze vervelend waren, of vermoeiend op een nare manier. Maar we zijn wel constant bezig geweest met reportages, colleges en natuurlijk uitzendingen Webfm goes Suriname. En volgens mij is het in Venlo en Groningen niet anders gegaan.

Want bij de evaluatie spraken onze Surinaamse vrienden honderduit over hun ervaringen. Over de prachtige natuur en dode bomen. Over ons vervoermiddel nummer 1: de fiets. En over de stations en hun studio’s. Overigens deden ze ook hun zegje tegenover Sam Jones van de Wereldomroep. Hier te beluisteren.

Twee dagen lang kregen ze van het RNTC vragen over wat ze hadden geleerd en hoe ze dat willen toepassen in de dagelijkse praktijk van hun radiostations in Suriname.

Als het ging over de ervaringen wisten ze alle zes veel te vertellen. Met het analyserend vermogen zit het absoluut goed. Nederlanders werken sneller, met duidelijkere afspraken en volgens strakkere schema’s die ook nog eens blijken te werken, was de algemene conclusie. De personele bezetting wordt goed geregeld en qua journalistiek zijn ze aanwezig en accuraat. Verder vonden ze ook dat de radiodraaiboeken (formats) verhelderend zijn en kunnen bijdragen aan een betere uitzending. Maar genoeg over ons.

Moeilijker was het voor Ricardo en Raoul (BOB Radio) om uit te leggen wat ze nou mee konden nemen. Uiteraard zijn er altijd praktische obstakels: geen juiste apparatuur, minder door de weekse bezetting, andere cultuur. Dat is logisch. Maar de juiste kennis en kansen benutten is ook heel lastig. Daarom waren de evaluatiedagen wat mij betreft zeer nuttig.

Voorbeeld: het plan werd geopperd om samenwerking te zoeken met de andere twee deelnemende omroepen. Goed idee, vond het RNTC en ikzelf ook wel. Maar waarin willen jullie dan samenwerken? Tsjah. Nou. Gewoon. We willen dan bij elkaar komen en kennis en ervaringen uitwisselen. En hoe de je dat dan? En waar gaat dat gebeuren? *slik*

De wil om samen iets te bereiken is fantastisch, maar we moeten er constant alert op blijven dat het niet strandt in onuitvoerbare ideeën. En gelukkig gebeurt dat ook.

Daarom kijk ik enorm uit naar ons wederbezoek in Suriname. Hoe is het radiobedrijf in één jaar veranderd. Welke programma’s zijn anders en hoe gaan ze nu om met journalistiek en nieuws in hun gebied? Het aftellen is begonnen. 2 april gaan Stefan Schouten en ondergetekende richting Moengo. En voor die tijd laten we weer wat van ons horen op deze blog. Tot dan!

Stefan ten Teije

Fietsen en bomen zijn inderdaad raar!

Een man in pak met een kladblokje onder zijn arm, daarnaast een kleine lieve mevrouw met een bijzonder vriendelijke uitstraling. Albert Aboikonie en Nolita Pansa zijn het. Ze zijn 10 dagen lang in Groningen, het Nederlandse Groningen, en ze weten niet wat hun overkomt. Alles is nieuw, alles is bijzonder.

Albert loopt telkens met zijn kladblokje onder zijn arm, alles binnen de omroep (OOG Radio en TV) wat van waarde kan zijn voor Radio Maife schrijft hij op. De eerste zin in het boekje zegt dat het fenomeen ‘Eindredacteur Nieuws’ iets is wat zij ook moeten hebben. Één persoon die aangeeft wat nieuws is, wie welke items haalt en wat er allemaal beter kan. Albert geeft aan dat hij het haast onbegrijpelijk vindt dat ze er zelf niet op zijn gekomen om iemand verantwoordelijk te maken voor welk nieuws gehaald wordt.

‘Ha winst!’ is mijn eerste gedachte. Meer winst boeken we op de eerste dag wanneer we hen het boekwerk ‘de nieuw Bijbel voor journalisten’ overhandigen, de handleiding voor stagiaires kopt het boekwerk. Alles wat een nieuwe redacteur moet weten staat erin. Elke letter nemen ze diep in hun op. Ze hebben het nodig. Diezelfde middag leggen we hun de apparatuur uit waarmee wij werken, die is anders dan dat wat zij gebruiken, maar het resultaat is hetzelfde.

Afgesproken is dat zij op woensdag 16 februari van 13:00 uur tot 14:00 uur een programma gaan maken op OOG Radio met eigengemaakte items. Daarvoor hebben ze dan nog 9 dagen, wat inhoud dat er bijna elke dag een item gehaald moet worden.

Ik schrijf dit stuk op zaterdag 12 februari en ze hebben al bijna alle items binnen. En wat voor items! Het is mooi om jouw stad door de ogen van 2 Surinamers te zien, ze kijken naar alles wat wij normaal vinden met hele andere ogen. ‘Wat zijn die bomen raar!’ en ‘Waarom fietst iedereen?’ De mooiste stad van Nederland bekeken door de ogen van 2 Surinamers uit een dorpje in de binnenlanden. Asidonhopo lijkt in niets op Groningen en dat hoor je terug. Meeluisteren aanstaande woensdag kan via: luister.oogradio.nl.

Vandaag is het zaterdag. Ze hebben weekend en gaan gezellig dingen met z’n tweeën doen. Bijvoorbeeld schaatsen, ze gaan schaatsen. Ik heb me voorgenomen om ze hun weekend te gunnen en er maar even geen camera bij mee te sturen, maar dat was wel leuk geweest.

Aanstaande maandag gaan we op bezoek bij de burgemeester, zeer bijzonder omdat Albert zelf Kapitein is van de binnenlanden. Een soort Burgemeester-plus. Daarover later meer.

Rest mij alleen nog te zeggen dat we deze week het trieste nieuws hebben gehoord dat Elmer niet meer meegaat naar Suriname later dit jaar. We zijn druk op zoek naar zijn vervanger.

Arjan Kamphuys